De Wondere Pluim is een project van kunsteducatieve organisatie De Veerman vzw, met steun van de Stad Antwerpen en de Provincie Limburg

VERHALEN


ANTWERPEN

GENK

HASSELT

MAASMECHELEN





HISTORIEK


CONTACT


DE VEERMAN

Vragen op opmerkingen? Mail greetvanopstal@yahoo.com

  > Start

  > Doorschuifverhaal

  > Archief


DOORGEEFVERHAAL 2



Leut, 5e leerjaar


Lang geleden in de dierenwereld leefden er allemaal dieren ...

Tot op een dag ...


Het liefste konijntje van de dierenwereld, was helemaal niet lief, hij was een slechte tovenaar.

En had 5 dieren betoverd.

Een schildpad, een tijger, een pandabeer, een koe en een pinguïn.

Het konijn zei: als jullie normaal willen worden, ga dan naar de oude rups in de mensenwereld, maar daar komen jullie toch niet! Hahahahaha!!!

Het ging een gevaarlijke tocht worden.

Zeventien dieren gingen op pad. Ze wisten dat hun leven er vanaf hing. Maar ze deden het voor hun vrienden. Ze liepen door bossen, op wegen, en staken met een zelfgemaakt vlot rivieren over. Opeens sprong er een leeuw voor hen. Hij gromde miauw, miauw.

Ze moesten hem terug laten brullen.




Leut, 6e leerjaar


De leeuw zei: “Kunnen jullie mij helpen? Ik ben betoverd door doctor Evil.” “Enkele van ons ook!” “Kom mee met ons naar de mensenwereld”, zeiden de dieren. “Natuurlijk!” zei de leeuw. En zo ging de groep verder. Toen kwamen ze aan hun zevende obstakel. De diertjes moesten de E40 oversteken. Dat is een drukke snelweg, dus de diertjes moesten langs alle auto’s. “Drie, twee, één!” riepen alle diertjes in koor. Daar gingen ze, de pinguïn was bijna onder een auto gekomen! Toen ze allemaal aan de andere kant kwamen, waren ze allemaal doodop. Natuurlijk na dat rennen. Het was laat dus de leeuw besloot dat de groep moest rusten. Ondertussen dat de groep aan het rusten was, was het kleine konijn doctor Evil in zijn glazen bol aan het kijken. Hij was verbaasd dat de dieren al zover waren. Daarom besloot doctor Evil het hun wat moeilijker te maken.


Op het Boseind, 6e leerjaar

Hij nam zijn magische wortel en toverde een reuzenvleermuis tevoorschijn.  Die stuurde hij op de groep af.  Terwijl de rest van de groep uitrustte, gingen de panda en de pinguïn voedsel zoeken.

Na 5 minuten stappen vonden ze in het bos en snoephuisje.  Ze namen een snoepje en liepen daarna terug om de groep te gaan halen.


De panda en de pinguïn vertelden dat ze een snoephuisje hadden gevonden en alle dieren gingen onmiddellijk mee.

Onderweg hoorden ze wapperende vleugels en zagen ze een zwarte schim boven hun hoofden.  Maar ze dachten dat het een vogeltje was.


Eens aangekomen bij het huisje begon iedereen te snoepen.  De reuzenvleermuis viel onverwacht uit de lucht aan en greep met zijn scherpe klauwen de schildpad en de koe.  De andere dieren waren zo bang en verward dat ze in het snoephuisje gingen schuilen achter de gordijnen.


Na een tijdje waren ze bekomen van de schrik en bedachten ze een plan om hun vrienden te redden …




Op het Boseind, 4e leerjaar


De reuzenvleermuis vloog rondjes boven het snoephuisje, de koe en de schildpad hadden ontzettend veel schrik.

De andere dieren kwamen voorzichtig uit het snoephuisje en bekogelden de reuzenvleermuis met snoepjes.

Het leek erop dat de vleermuis niet te verslaan was … maar het toeval wou dat hij geen suiker kon verdragen en … hij ontplofte!


De koe en de schildpad ploften neer op het dak van het snoephuisje en het huis stortte in.  Alle dieren moesten even bekomen van de schrik voor ze weer op pad konden gaan.

Dokter Evil zag het allemaal gebeuren in zijn glazen bol en was razend:  dus besloot hij ze op te zoeken …!




Mozaïek , 1e  leerjaar 1B (juf Alberte)


Doktor Evil wil weten waar de groep dieren zijn en vraagt dit aan de glazen bol. 
“Hokus pokus pits, zeg mij waar de groep is.”
De glazen bol zegt niks en wordt zwart.
“Oeps! Wat nu?”
Hij weet het al…
Hij neemt de magische wortel en zegt:
“Hokus pokus pats, ik wou dat ik een jongen was.”
“Pits pats boem!”
Doktor Evil verandert met een luide knal in een jongen.
Casper is zijn naam en …




Mozaïek , 4e leerjaar (juf Yo)


Casper vertrok op pad. Hij pakte zijn magische wortel mee want die kon nog van pas komen. Hij liet zichzelf vliegen. Hij vloog over de rivier en de E40.
Na een tijd vliegen kwam hij de dieren tegen.
Hij verstopte zich achter een struik en sprak: “hokus pokus pas, ik wou dat ik een vos was!”

Plots werd het akelig donker, bliksemschichten vlogen door het bos. Casper veranderde in een sluwe vos. Hij begon luid te kreunen, maar ondertussen had hij een plan bedacht. De pinguïn en de schildpad hoorden het gekreun en gingen een kijkje nemen. Ze vroegen aan de vos wat er was. Hij antwoordde: “Mijn poot doet heel veel pijn. Kunnen jullie mij helpen?”

“Ja”, antwoordden zij. Maar dan riep de vos: “hokus pokus pit, ik wil dat je aan de grond vastzit!” De schildpad en de pinguïn zaten muurvast. Daarna riep hij: “hokus pokus prot en nu gaan jullie kapot!”
Maar wat gebeurde er nu, hij bleef maar zwaaien met zijn wortel maar er gebeurde niets. Ineens kwam de spreuk er toch uit. Hij ketste af tegen een boom en kwam op hem af. Het was raak, maar hij ging niet kapot, wel zijn glazen bol.

De andere dieren hoorden het en gingen kijken. Ze zagen tot hun grote verbazing dat de vos terug in Casper was veranderd en toen…




Mozaïek 4e leerjaar A (juf Edith)


Doktor Evil-Casper vloog snel weg. Hij was zo snel dat hij tegen de wortelboom vloog. Snel vluchtte hij weg naar zijn wortelkasteel.
De pinguïn en de schildpad zaten nog steeds vast, maar de pinguïn zag de toverwortel achter hem liggen , pakte hem en bevrijdde zichzelf en de schildpad.
Ze besloten om doktor Evil achterna te gaan.

De tocht ging door het donkere woud. De dieren moesten door brandnetels en moerassen. Uiteindelijk komen ze uit op een open plek.
Daar zien ze een wortelkasteel.
De dieren zijn nieuwsgierig en gaan naar het kasteel toe.


Eenmaal ze in het kasteel zijn zien ze doktor Evil door de gangen lopen.
Wat de dieren niet weten, is dat de tijger weggeglipt is, toen zij naar binnen gingen. De tijger neemt ondertussen een kijkje achter het kasteel en doet een Piwi-ontdekking!

Hij ziet het Piwi-leger van doktor Evil…




Mozaïek 1e leerjaar A (juf Veerle)


Het Piwi-leger ziet er eng uit…

Zelfs de stoere tijger krijgt schrik. Hij ziet allemaal dezelfde figuren. Ze staan in 20 rijen kaarsrecht naast elkaar.

Ze hebben de kop van een krokodil, het lijf van een weerwolf, de vleugels van een vleermuis en de poten van een spin.

Eentje staat er voor de groep, helemaal alleen. Het is de baas van de Piwi ‘s.

Hij ziet er nog enger uit. Hij heeft de kop van een haai, het lijf van een draak en de poten van een arend. De tijger krijgt het warm en koud tegelijk… Hij wordt lijkbleek en … denkt niet lang na. Dit moet hij vertellen aan zijn vrienden…

Hij rent het wortelkasteel binnen…




Mozaïek , 1e leerjaar 1C ( juf Els)


Hij ( de tijger ) hoort de dieren spreken met doktor Evil ! Maar wat ziet hij nu ? !!
De dieren zijn in gevaar !!! Ze zitten gevangen onder een net! 
Dat net installeerde doktor Evil boven aan het plafond, net voorbij de grote poort.
Met één ruk aan het touwtje kan hij het net laten vallen op ongewenste bezoekers.

“ Ha,ha, ha …!! “ grijnst doktor Evil. “ Komen jullie mij een bezoekje brengen ?”
“ Wat fijn!” “ Wat kan ik voor jullie doen?”

De pinguïn kroop naar voor en voerde het hoge woord! 
“Wel doktor Evil , wij denken dat u héél véél voor ons kunt doen !”
“ Waarom betoverde jij ons?” “ Waarom zet jij ons vast? “

Doktor Evil sprak : “ik ben de baas van de dieren en jullie moeten alles doen wat ik zeg!! “ ” En anders…,”

“ En anders wat …??” piepte de pinguïn !
“ Ah, lieve doktor Evil , kijk eens wat we hier hebben …. , uw magische wortel !!!”

Doktor Evil schrok zich een hoedje en viel van zijn ” wortel-stoeltje ….!!!”




Mozaïek 4e leerjaar C (juf Diane)


Dr. Evil brak zijn neus en kreeg een olifantenslurf. De slurf was zo lang , dat hij erover struikelde en flauwviel.
De tijger sprong snel naar zijn vrienden en grijnsde naar dr. Evil. 
Hij probeerde de dieren samen met de magische wortel te verlossen. Deze was helemaal vastgedraaid in het net en de tijger kreeg hem heel moeilijk los.
Hij moest zich haasten want dr. Evil begon terug te bewegen.
Gelukkig kwam de panda en de koe hem vlug helpen en samen kregen ze de wortel los. Maar nu kwam de panda vast te zitten in het net.
Hij riep heel hard: “HELP!!” 
De andere dieren kwamen hem bevrijden en samen gooiden ze het net over dr. Evil. Na een tijdje kwam dr. Evil weer bij zinnen en gaf zijn PIWI-leger het bevel om achter de dieren aan te gaan.
De dieren pakten vlug de wortel en liepen het kasteel uit.
Toen zagen ze het PIWI-leger voor de poort staan. Ze namen vlug de magische wortel en betoverden het PIWI-leger tot ‘Het Goede Zombie-Leger’.



Leut, 3e leerjaar


Het goede Zombie – leger ging naar de tijger.

Ze zeiden: “Wij doen alles wat jij maar wil!”

De tijger zei: “Sluit dokter Evil op in een ton in de kerker van het wortelkasteel.”

Ze sopten hem er in.

“Nu gaan we samen op pad om de rups te zoeken in de mensenwereld.”

Het Goede Zombie – leger ging met de dieren op stap.

De dieren klommen over de poort.

Ze moesten nog veel straten oversteken.

De dieren dachten: “Van dokter Evil zijn we voorlopig af.”

Maar na een paar minuten kon hij al uit de ton ontsnappen.

Hij beet het touw stuk.

Dokter Evil vlucht uit het kasteel.

Hij gaat naar het snoephuisje.

Hij zoekt daar alle stukken van de glazen bol bij elkaar.

Met kauwgom plakt hij de scherven aan elkaar.

De schijfjes uit de glazen bol laten van alles door elkaar zien. Dokter Evil wordt heel boos.

De glazen bol doet onmiddellijk wat hij zegt.

Hij laat de rups verdwijnen naar de onderwaterwereld.

Zullen de dieren de rups gaan vinden?




Leut, 4e leerjaar


Ondertussen zijn de dieren al een tijd op pad. 

Als ze aan de rand van het bos zijn, vinden ze een papier: “Verplaats je 100 stappen naar het Noorden, 20 stappen naar het Oosten, 10 stappen naar het Zuiden en 2 stappen naar het Westen.

Op die plek vind je een code waarmee je de brug in 2 kan splitsen.” 

Dit gebeurde…

Op het moment dat ze op de brug staan, moet er nog een rebus opgelost worden om de rups te vinden.  Maar oeps… het papier valt in het water.  Pinguïn springt het papiertje achterna. Maar wat gebeurt er nu… Pinguïn is verdwenen!  “Ik ga hem zoeken”, zegt de schildpad. 

Ook de schildpad verdwijnt in het water.  Wat nu gedaan?! 

Plots komt er een draak aangevlogen. 

“Jullie weten toch dat dit water betoverd is door dokter Evil. Gevaarlijke draaikolken brengen je naar een onderwaterwereld. Spring maar achterop, ik weet de weg!  Ga je gang, vertrouw me maar, als jullie hier inspringen, komen jullie je vrienden tegen!” zegt draak. 

“Zullen we dit wel doen?”   “Oké, we gaan ervoor… voor onze vrienden!”  Ieder waagt de sprong… 

“Waar zijn we nu terechtgekomen?”  “Hé, daar zijn schildpad en pinguïn…” “Gelukkig… Jullie zijn hier!”   “Nu kunnen we verder zoeken naar de rups…” 

“Kijk eens hoe mooi het hier is… Hier allemaal zeepaardjes…”

“Gaan we een ritje maken?”  “Nee, we moeten het papiertje met de rebus nog zoeken, we moeten de rups nog vinden.  We verkennen even deze wonderlijke wereld op de zeepaardjes.” 

Na een uurtje zijn ze moe en hebben ze honger, even uitrusten…

Wat ontdekt panda daar?   Het papiertje …, maar oh nee, het zit vastgeklemd tussen de rotsen en die zijn omringd door… HAAIEN!!!!!  Wat nu gedaan?




Mozaïek  klas 2A , juf Lydia


Oeps , we zijn in de mensenwereld terecht gekomen. Maar in welk land zijn we dan ? vroeg de pinguïn .

Ik weet het , riep de pandabeer. De laatste mensen die we zijn tegengekomen , hadden Chinese oogjes, dus we zijn in China.

We moeten terug naar de zee om meneer rups te vinden , zei de tijger.

Oei , zei de koe, ik zie nergens water!

Ze gingen op stap om water te vinden. Na een uurtje vonden ze een rivier.
Via de rivier zwommen ze naar de zee.
Ooh, wat is de zee hier diep, riepen ze allemaal.
Plots verscheen de draak weer voor hun ogen.

Hallo vrienden , blij jullie weer te zien!
Tijger vroeg : Heb je soms meneer rups gezien?
Ja hoor ! Volg mij maar , ik breng jullie naar meneer rups.
Pas op , een draaikolk, riep de koe naar de draak.
Draak zwom om de draaikolk heen.
MAAR... plots was draak verdwenen.
Waar is draak gebleven ? ...



Mozaïek  klas 2C , juf Ann-Sophie

Ooooh nee , de draak is in de draaikolk verdwenen.
Gaan we hem achterna? vraagt de schildpad.
Jaaa, natuurlijk want dit is onze laatste hoop om meneer rups terug te vinden.
Door de sterke kracht van de draaikolk worden de 5 dierenvrienden en

de draak naar onder gezogen. Ze verdwijnen diep in de zee....


Enkele seconden later worden de 5 dieren uitgespuwd in Indianenland,

aan de andere kant van de wereld.
Tijger, koe , pinguïn , schildpad en panda staan nu

naast een megahoge totempaal.
Waar zijn we nu toch beland?? vragen ze zich af.
   OOOHHH !

Draak zit metershoog bovenop de totempaal !!!!
Hoe gaat die daar afkomen ?
Terwijl de dieren een oplossing zoeken om draak terug op de grond te krijgen ,

horen ze ineens luide voetstappen.
Ze zijn heel erg stil en bang.!  De vijf dieren gaan achter elkaar staan.
De sterkste, Tijger staat voorop.

Er komt een rare man tevoorschijn vanachter een cactus.

Hij heeft een bruine huid, strepen op zijn gezicht en een verenband op zijn hoofd.
De Indiaan stapt tot recht voor de neus van Tijger

en maakt een raar indianengeluid met zijn hand op zijn mond.
De dieren kijken elkaar verbaasd aan!


Wat wil de Indiaan toch maar zeggen tegen de 5 dieren ????



Mozaïek klas 5B , juf Conny


Net als de Indiaan wil spreken, komt er een kudde wilde buffels op hem af.
De Indiaan wordt zo boos dat de buffels flauw vallen van schrik. 

Opeens komen achter een rots een bende cowboys te paard op hem af.
De cowboys slepen de buffels mee naar hun kamp.
Wat ze echter niet zien , is dat aan de andere kant ook indianen op hen afkomen.


De 5 indianenvrienden kijken vol angst en schrik naar de boosaardige Indianen. De draak die nog steeds op de totempaal zit , vliegt weg naar het noorden. De vijf dieren voelen zich nu helemaal alleen in deze mensenwereld.

Maar plots stapt de Indiaan op hen af en zegt : ” Oela oela , ik ben Oempa Loempa !” De indiaan krijst een geheime indianenkreet en daardoor worden de vijf dieren door de krijgers vastgebonden aan de totempaal.

De draak bedenkt zich en keert gelukkig terug naar zijn vrienden. Hij ziet ze vastgebonden aan de totempaal en bijt met zijn scherpe tanden het touw door. De vijf springen op de rug van de draak en zo vliegen ze over het cowboykamp. De sheriff ziet de draak en schiet met zijn revolver. De draak raakt gewond aan zijn vleugel.

Hierdoor maken ze snel een noodlanding in de zee. Ze zinken allen diep naar beneden en komen in de stad Atlantis aan.
Neptunus verwelkomt de dieren met open armen en vraagt : “ Wie zoeken jullie ? “


Ondertussen volgt Dr Evil nog steeds alles via zijn glazen bol.

Zijn docher Evil-ientje komt de kamer in het wortelkasteel binnen.

Ze vraagt aan haar papa : “ Mag ik eens in de glazen bol kijken?”

Ze ziet de vijf dieren samen met Neptunus in de stad Atlantis.
Evil-ientje wordt opeens stapelverliefd op de pinguïn .


Ze wil onmiddellijk met de tele-plaats-machine naar de onderwater-wereld toe.
Ze belooft haar papa om de dieren te stoppen naar hun zoektocht.

Maar wil Evil-ientje dit wel ? Wat zal er in de stad gebeuren ?



Mozaïek  klas 2B , juf Christel


Evil-ientje zei ja tegen haar papa  maar ze heeft hem gefopt en

ze gaat in de stad op zoek naar de dieren.

Tussen het zeewier ziet ze een zwart pootje. Ze zwemt er naartoe en ziet een panda. Ze vraagt : “Waar is de pinguïn?  Zijn jullie met meer ? “
Panda zegt : Kom mij maar achterna dan laat  ik jou  mijn vrienden zien. Alle dieren zijn samen met draak in de dierenkliniek. Draak is al veel beter.

De dieren vertellen hun verhaal aan Evil-ientje. Zij besluit de dieren te helpen.


Evil-ientje zegt : “kom maar mee ik heb een schuilplaats!”  De dieren vragen aan Neptunus om hem met Evil-ientje naar de schuilplaats te toveren.

Dan steekt Neptunus zijn drietand in de lucht en zo flitsen ze supersnel naar het wortelkasteel.


Ze gaan mee naar een geheime kamer in het kasteel. Daar zien ze achter in en magische kast een gat. Daar kruipen ze één voor één doorheen.

Samen bedenken ze een plan.

Tijdens de nacht sluipt Evil-ientje naar de kamer van papa. Ze neemt de wortel van het nachtkastje en de glazen bol van het worteltafeltje en vliegt vlug op de rug van de draak naar de schuilplaats.

Pinguïn is zo blij en geeft haar een zoen.
Samen kijken ze nieuwsgierig in de glazen bol op zoek naar de rups. De oude rups woont in een grote schelp. Aan de rand van de woestijn ,daar willen ze naartoe! Ze schuiven een tafeltje weg en stappen verder door een lange , lange gang

...

Na twee dagen wandelen komen ze in de woestijn uit


           ... ra  .... ra .....
Vinden ze de oude rups ?



Mozaïek klas 5A , meester Guido


Aan het einde van de tunnel kwamen ze bij een onmetelijke grote zandvlakte.

Het is snikheet. De zon brandt genadeloos op hun dierenhuiden. Geen wolkje aan de lucht, nergens groen of water. Evil-ientje zucht moedeloos. “ Hoe zullen wij in deze barre woestijn in godsnaam overleven en hoe moeten wij de rups vinden?”
Panda stelt voor om recht door zee te gaan in de richting van de zon.

Maar dat valt niet goed mee. Na een poosje worden ze doodmoe.

De dappere dieren krijgen erg veel dorst en honger. ’s Nachts is het ijskoud en bibberen ze onder de blote sterrenhemel.


De volgende dag steekt er ook nog een zandstorm op. Als ze de top van een zandduin bereiken loeit de koe opgewonden : “ kijk een oase !”

Met hun laatste kracht slepen de dieren zich naar de oase.
De pinguïn vraagt zich af : “ Is hier wel een oase ? Er was niks.

De koe had last van een wensdroom.

“ Laten we de draak oproepen met de toverwortel” , fluistert Evil-ientje met een laatste zucht. Ze schiet een bliksemschicht in de lucht. Even is het stil.

Daarna glijdt de draak over un verbrande hoofden en hij bekogelt hen met waterballonnetjes.
Het water koelt de dieren af en ze drinken er met volle teugen van.

De draak schreeuwt : “ In de verte staat een vreemd oud gebouw!” 

“Laten we daar overnachten”, stelt Evil-ientje voor.


Aan de voet van de piramide vindt het dierengezelschap een kleine opening   .

Ze dringen er binnen en lopen door een pikdonkere gang. Plots beginnen overal fakkels te branden. Die leiden naar een donkere kamer in het midden van de piramide. Plots horen ze de stem van de mummie: “ Ga 3 stappen naar rechts daar is mijn graf. Wat je zoekt zit in een schelp in mijn knokelige handen.”


De schildpad kruipt in de sarcofaag en vindt inderdaad de fel verlichte schelp

die zich vanzelf opent.

Tot hun grote verbazing en ontgoocheling vinden ze geen rups maar wel een cocon.
“ Hebben we hiervoor ons leven op het spel gezet ?”, jammert de tijger.

“Stilte”, roept de panda. “Ik hoor een vreemd gekraak!

De cocon barst open! Uit het omhulsel komt een prachtige vlinder

met alle kleuren van de regenboog tevoorschijn.

Zal deze prachtige vlinder het moedige gezelschap kunnen helpen

om de betovering te breken!?




2e leerjaar Leut


De lelijke rups was een prachtige vlinder geworden.

Dat gebeurt er met een rups!

De dieren vertelden hun betovering aan de vlinder.

Maar … jij kan ons helpen.

Oh ja, dat wil ik wel … maar ik heb een wens. In deze woestijn kan ik

Niet overleven! Breng mij naar een tuin met heel veel bloemen.

Ze roepen de draak erbij en vragen hem om raad.

“Ik tover een vliegende limousine.”

Ik stop jullie erin en we vliegen naar een bloementuin in de mensenwereld.

In Brussel, waar de koning van België woont is er een overdekte bloementuin. Daar zal de vlinder het heel leuk vinden. Daar is hij veilig.

Ze stoppen de vlinder in een grote pot met gaatjes in het deksel.

Dan begint hun reis: de pot staat voor op de stoel, goed vastgeriemd.



1A Leut


Maar …

De pot viel om.

Het deksel was niet goed dicht.

Het raam stond open …

EN …

De vlinder vloog weg !!!!

Hij verdwaalde in de natuur!!

Maar … daar kwam de vlinder een vriendje tegen.

Een “kleine vlinder”, “een mug”.

Samen gingen ze op weg naar ….

HEEL VEEL bloemen !!

MAAR: tussen de bloemen

Vloog er een gevaarlijke bij …




1B – Leut


maar de vlinder is niet bang van de bij.

Ze vangt de bij met haar vleugels en

ze vliegt snel naar beneden. Ze laat de bij los

en hij valt heel hard tegen een boom aan.

“Fieuw!”, zegt de vlinder, “dat was eng.”

De vlinder vloog heel hoog weg. Ze zag een groot rood

licht in de verte.

Het was een schuur die in brand stond.